Eigen Functies maken Doelstellingen Leren hoe je je eigen functies kunt definiëren. Begrijpen hoe je functies kunt gebruiken om je code te structureren. Functies schrijven die specifieke taken uitvoeren. Inhoud Een functie definiëren Gebruik het sleutelwoord def , gevolgd door de functienaam en ronde haakjes () . def functienaam(): # codeblok Voorbeeld zonder parameters: def toon_menu(): print("1. Optellen") print("2. Aftrekken") print("3. Vermenigvuldigen") print("4. Delen") Functie aanroepen: toon_menu() Activiteiten Oefening: Schrijf een functie lijn() die een lijn van 30 streepjes - print. Praktijk: Maak een programma dat een begroeting toont, een menu presenteert en de gebruiker om een keuze vraagt, waarbij elke stap in een aparte functie is geplaatst. Tips Definieer je functies bovenaan je script voordat je ze aanroept. Houd je functies kort en gericht op één taak voor betere leesbaarheid.