Excel

Microsoft Excel is een krachtige tool voor het organiseren, analyseren en presenteren van gegevens. In deze module leer je stap voor stap hoe je met Excel werkt: van het invullen van cellen en maken van berekeningen tot het opmaken van tabellen, toepassen van grafieken en voorbereiden van een afdruk of PDF.

Introductie Excel

Introductie Excel

Uitleg

image.png

Wat is Excel?

Microsoft Excel is een programma waarmee je gegevens kunt invoeren, berekenen, analyseren en presenteren in een raster van cellen. Het is onderdeel van Microsoft Office (samen met Word, PowerPoint en Outlook).

📊 Waarvoor gebruik je Excel?

Excel wordt veel gebruikt in administratie, boekhouding, onderwijs, onderzoek, verkoop en meer.

De basis van een werkblad

image.png

Wanneer je Excel opent, zie je een groot werkblad bestaande uit:

Elke cel kan tekst, een getal, een formule of een functie bevatten.

De interface van Excel

Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste onderdelen van Excel:

Onderdeel Beschrijving
Lint De bovenste balk met tabbladen zoals Start, Invoegen, Formules
Werkblad Het raster waar je gegevens in invoert
Formulebalk Hier zie je of typ je de inhoud van een geselecteerde cel
Kolom- en rijlabels Helpen je bij het lokaliseren van cellen
Bestand-tabblad Hier open, bewaar, print en sluit je bestanden
Werkmap Bestaat uit één of meerdere werkbladen (tabbladen onderaan)

💡 Tip: Als je twijfelt over een knop, beweeg je muis erover – Excel toont een uitleg (“tooltip”).

image.png

Starten met Excel

📂 Een werkmap openen
  1. Start Excel via het startmenu of snelkoppeling.

  2. Klik op “Lege werkmap” om een nieuw document te starten.

💾 Een werkmap opslaan
  1. Klik op Bestand > Opslaan als.

  2. Kies een locatie (bijv. je computer of OneDrive).

  3. Geef je bestand een herkenbare naam, zoals Maandbegroting.xlsx.

  4. Klik op Opslaan.

📌 Bestandstypen: Excel gebruikt standaard .xlsx. Je kunt ook opslaan als .xls, .csv, of .pdf.

Navigeren in Excel

Je kunt op meerdere manieren door een Excel-blad bewegen:

Actie Sneltoets of methode
Naar volgende cel Pijltoetsen of Tab
Nieuwe regel binnen een cel Alt + Enter
Naar het begin van het werkblad Ctrl + Home
Naar de laatste gebruikte cel Ctrl + End
Naar volgende werkblad Ctrl + PgDn
Naar vorig werkblad Ctrl + PgUp

Gegevens invoeren in cellen

🖊️ Invoeren van tekst of getallen
🔄 Gegevens wijzigen of verwijderen

📌 Tip: Tekst wordt standaard links uitgelijnd, getallen rechts. Zo zie je makkelijk het verschil.

Eerste kennismaking met een eenvoudige tabel

Laten we een voorbeeld maken:

image.png

  1. Typ deze gegevens zelf in de cellen A1 t/m B4.

  2. Gebruik Tab om snel van A naar B te gaan.

  3. Druk op Enter om naar de volgende rij te springen.

Je hebt nu je eerste tabel gemaakt!

Introductie Excel

Oefeningen

Oefening 1: Werkmap aanmaken en opslaan

  1. Open Excel en kies Lege werkmap.

  2. Typ je naam in cel A1.

  3. Sla het bestand op onder de naam Excel_Oefening_1.xlsx.

Oefening 2: Gegevens invoeren

  1. Typ de volgende gegevens in A1 t/m C4:

A B C
Product Prijs Voorraad
Pen 1,20 50
Gum 0,85 30
Liniaal 1,75 20
  1. Zorg dat de tekst netjes binnen de cellen past.

  2. Pas kolombreedte aan door met je muis tussen kolomletters te slepen.

Oefening 3: Navigeren

  1. Ga met het toetsenbord naar cel A1.

  2. Spring naar cel C4 zonder je muis te gebruiken.

  3. Gebruik Ctrl + Home om terug naar het begin te gaan.

Werken met cellen, rijen en kolommen

Werken met cellen, rijen en kolommen

Uitleg

Wat zijn cellen, rijen en kolommen?

Cel

image.png

Een cel is het kleinste element in een werkblad. Elke cel heeft een unieke naam op basis van zijn kolomletter en rijnummer (bijv. B3 is de cel in kolom B en rij 3).

Een cel kan bevatten:

Rij

image.png

Een rij is een horizontale lijn in het werkblad (genummerd van 1 tot 1.048.576).

Kolom

image.png

Een kolom is een verticale lijn in het werkblad (gelabeld van A tot XFD, wat overeenkomt met 16.384 kolommen).

Samen vormen deze het rooster waarin je gegevens plaatst.

Gegevens invoeren, selecteren en bewerken

✍️ Gegevens invoeren
  1. Klik op een cel (bijv. A1).

  2. Typ tekst of een getal.

  3. Druk op Enter (voor cel eronder) of Tab (voor cel rechts) om te bevestigen.

🖱️ Cellen selecteren
Actie Werkwijze
Eén cel Klik op de cel
Meerdere cellen (naast elkaar) Klik en sleep met de muis
Kolom of rij Klik op de kolomletter of het rijnummer
Alles selecteren Ctrl + A of klik linksboven op het vakje boven rij 1 en links van kolom A
✏️ Gegevens bewerken

Invoegen, verwijderen en verplaatsen

image.png

➕ Rijen of kolommen invoegen
  1. Klik met de rechtermuisknop op een rijnummer of kolomletter.

  2. Kies "Invoegen".

    • Excel voegt een lege rij boven of kolom links van de selectie toe.

➖ Rijen of kolommen verwijderen
  1. Klik met de rechtermuisknop op de rij of kolom.

  2. Kies "Verwijderen".

🔄 Cellen of reeksen verplaatsen

📌 Gebruik Ctrl + X en Ctrl + V als alternatief voor knippen en plakken.

Opmaak van cellen

Het opmaken van cellen helpt bij het leesbaar en visueel aantrekkelijk maken van gegevens.

Veelgebruikte opmaakopties (in tabblad Start):
Optie Uitleg
Vet, cursief, onderstrepen Maakt tekst visueel sterker
Tekstkleur en celkleur Belangrijk voor markering en overzicht
Uitlijning Links, midden, rechts of verticaal uitlijnen
Celranden Duidelijke afbakening van cellen of tabellen
Getalnotatie Kies tussen standaard, valuta, datum, procent, enz.

💡 Tip: Gebruik het verfkwast-icoon (Opmaak kopiëren/plakken) om snel dezelfde stijl toe te passen op andere cellen.

Kolombreedte en rijhoogte aanpassen

Soms past tekst of een getal niet goed in een cel. Dan kun je kolommen en rijen breder of hoger maken.

Automatisch aanpassen
Handmatig aanpassen

Praktijk: Een eenvoudige tabel maken

Maak in Excel de volgende tabel:

A B C
Naam Uurloon Uren
Ahmed 15,00 38
Claire 16,50 40
Tom 14,75 35
  1. Voer de gegevens correct in.

  2. Pas kolombreedte aan zodat alles leesbaar is.

  3. Maak de kolomtitels vet en geef ze een lichtgrijze achtergrondkleur.

  4. Plaats randen om de hele tabel via Start > Randen.

Werken met cellen, rijen en kolommen

Oefeningen

Oefening 1: Rijen en kolommen beheren

  1. Open een nieuwe werkmap.

  2. Typ drie willekeurige namen in rij 2, kolommen A t/m C.

  3. Voeg boven deze rij een nieuwe rij in.

  4. Typ in deze nieuwe rij de kolomtitels: Naam, Leeftijd, Stad.

Oefening 2: Celopmaak toepassen

  1. Selecteer je kolomtitels.

  2. Maak de tekst vet.

  3. Centreer de tekst horizontaal.

  4. Geef de achtergrond een lichte kleur.

  5. Pas randen toe rond de tabel.

Oefening 3: Kolommen verplaatsen

  1. Selecteer kolom B.

  2. Knip deze uit met Ctrl + X.

  3. Plak hem achter kolom C met Ctrl + V.

Werken met cellen, rijen en kolommen

Sneltoetsen

Handige sneltoetsen uit dit hoofdstuk
Actie Sneltoets
Alles selecteren Ctrl + A
Inhoud verwijderen Delete
Knippen / plakken Ctrl + X / Ctrl + V
Kolom of rij invoegen (met rechtermuisklik) Geen vaste toets, gebruik contextmenu
Opmaak kopiëren Ctrl + Shift + C (in recente versies)
Kolombreedte automatisch aanpassen Dubbelklik op kolomrand

Formules en functies

Formules en functies

Uitleg

Wat zijn formules in Excel?

Een formule in Excel is een bewerking die automatisch een uitkomst berekent. Alle formules in Excel beginnen met het gelijkteken (=). Je kunt hiermee bijvoorbeeld optellen, aftrekken, vermenigvuldigen of gemiddelden berekenen.

🧮 Voorbeeld:

image.png

Deze formule telt de inhoud van cel A1 en B1 bij elkaar op.

Zelf formules invoeren

✍️ Stappen:
  1. Klik op een lege cel (bijv. C1)

  2. Typ =

  3. Klik op de eerste cel die je wilt gebruiken (bijv. A1)

  4. Typ +

  5. Klik op de tweede cel (bijv. B1)

  6. Druk op Enter

Je ziet nu het resultaat van de berekening in de cel. In de formulebalk bovenin blijft de formule zichtbaar.

A B C
2 3 =A1+B1 → 5

Veelgebruikte rekenkundige symbolen

Symbool Betekenis Voorbeeld (=…)
+ optellen A1 + B1
- aftrekken A1 - B1
* vermenigv. A1 * B1
/ delen A1 / B1
^ macht A1 ^ 2 (kwadraat)

Wat is een functie?

Een functie is een vooraf ingestelde formule. Excel bevat honderden functies, maar enkele basisfuncties zijn genoeg voor de meeste taken.

Veelgebruikte functies:
Functie Doel
=SOM(A1:A5) Tel alle waarden tussen A1 en A5 op
=GEMIDDELDE(B1:B5) Bereken het gemiddelde
=AANTAL(C1:C10) Tel hoeveel cellen getallen bevatten
=MAX(D1:D5) Zoek de hoogste waarde
=MIN(D1:D5) Zoek de laagste waarde
Voorbeeld:

Stel, je hebt deze waarden in kolom A:

image.png

Als je in cel A6 =SOM(A1:A5) invoert, krijg je het totaal: 29.

Cel verwijzingen gebruiken

Bij formules gebruik je cel verwijzingen in plaats van vaste getallen. Dit heeft als voordeel dat Excel automatisch herberekent als je een waarde wijzigt.

A B C
10 5 =A1+B1 → 15

Als je later A1 wijzigt naar 8, verandert C1 automatisch in 13.

Relatieve en absolute verwijzingen

Relatieve verwijzing

Standaard past Excel formules aan als je ze kopieert of sleept.

Voorbeeld:

=B2*10

Als je dit sleept naar de volgende rij, wordt het:

=B3*10
Absolute verwijzing

Soms wil je één cel vergrendelen in een formule, bijvoorbeeld:

=A2*$B$1

Hier blijft $B$1 altijd hetzelfde, ook als je de formule kopieert naar andere rijen.

A B C
100 1,21 =A1*$B$1 → 121

📌 F4 is de sneltoets om een verwijzing om te zetten naar $-notatie.

Veelvoorkomende foutmeldingen

Fout Betekenis Oplossing
#WAARDE! Onjuiste invoer (bijv. tekst in formule) Controleer gebruikte cellen
#DEEL/0! Gedeeld door nul Voorkom delen door lege of nul-cellen
#NAAM? Excel herkent de formule niet Typfout in functienaam
##### Cel is te smal voor het getal Vergroot de kolombreedte

Praktijk: Eenvoudige berekeningen uitvoeren

Stel je hebt deze gegevens:

A B C
Product Aantal Prijs per stuk
Pen 10 0,85
Schaar 3 2,50
Map 5 1,95

Voer in kolom D de formule in om de totaalprijs te berekenen:

=B2*C2

Kopieer deze formule naar de rijen eronder.

Resultaat:

D
8,50
7,50
9,75
Formules en functies

Oefeningen

Oefening 1: Eenvoudige formule

  1. Open een lege werkmap.

  2. Typ 5 in A1 en 7 in B1.

  3. Typ in C1 de formule: =A1+B1

  4. Controleer het resultaat.

Oefening 2: Functies gebruiken

  1. Typ de getallen 3, 6, 9, 12 in A1 t/m A4.

  2. Typ in A5 de functie: =SOM(A1:A4)

  3. Typ in A6 de functie: =GEMIDDELDE(A1:A4)

Oefening 3: Absolute verwijzing

  1. Typ in A1: 100

  2. Typ in B1: 1,21

  3. Typ in C1: =A1*$B$1

  4. Kopieer de formule naar C2 en C3 (A2 en A3 moeten ook gevuld zijn met getallen)

  5. Controleer of het resultaat klopt.

Formules en functies

Sneltoetsen

Handige sneltoetsen uit dit hoofdstuk
Actie Sneltoets
Formule bevestigen Enter
Formule bewerken in cel F2
Absolute verwijzing instellen F4
AutoSom invoegen Alt + =
Hulp bij functie invoer Shift + F3

Gegevens ordenen en opmaken

Gegevens ordenen en opmaken

Uitleg

Waarom gegevens opmaken?

Het opmaken van je gegevens helpt om:

Een goede opmaak maakt je werk niet alleen mooier, maar ook functioneler – vooral als je de gegevens moet delen of presenteren.

Kolommen en rijen overzichtelijk maken

Handige opmaakopties (tabblad Start):
Optie Uitleg
Vet, cursief, onderstrepen Maak koppen herkenbaar
Celranden Omlijn cellen of hele tabellen
Celopvulkleur Geef cellen een achtergrondkleur
Tekstkleur Laat tekst opvallen
Tekstuitlijning Links, rechts, midden of boven/onder
Getalnotatie Getallen tonen als valuta, datum, procent enz.

📌 Tip: Maak kolomtitels vet en gebruik een neutrale kleur voor de achtergrond (zoals lichtgrijs of blauw).

Tabel opmaken als Excel-tabel

Een Excel-tabel is méér dan alleen cellen met opmaak. Het is een dynamisch gegevensbereik dat automatisch opmaak, filterknoppen en functies toevoegt.

Zo maak je een Excel-tabel:
  1. Selecteer je gegevens (bijv. A1:D10)

  2. Ga naar het tabblad Invoegen > Tabel

  3. Bevestig dat je gegevens kopteksten bevatten (vinkje aan)

  4. Kies een opmaakstijl uit het tabblad Tabelontwerp

Voordelen:

Tabel voor:

image.png

Tabel na:

image.png

Gegevens sorteren

Sorteren betekent: de volgorde van je gegevens aanpassen

Je kunt sorteren op:

Sorteren via het lint:
  1. Klik ergens in de kolom die je wilt sorteren

  2. Ga naar Start > Sorteren en filteren

  3. Kies: Oplopend (A-Z) of Aflopend (Z-A)

⚠️ Let op: Zorg dat je hele gegevensbereik is geselecteerd om te voorkomen dat rijen uit elkaar worden getrokken.

Gegevens filteren

Met een filter kun je bepaalde gegevens tijdelijk verbergen, zodat je snel relevante informatie ziet.

🔍 Filter instellen:
  1. Selecteer je tabel of kopteksten

  2. Ga naar Start > Sorteren en filteren > Filter

  3. Er verschijnen dropdown-pijltjes in de kolomtitels

  4. Klik op een pijltje om:

    • Specifieke waarden te selecteren

    • Tekst te filteren (bijv. “bevat…”)

    • Getallenfilter toe te passen (bijv. groter dan 100)

Voorbeelden:

Voorwaardelijke opmaak gebruiken

Met voorwaardelijke opmaak kun je cellen automatisch laten oplichten als ze voldoen aan een bepaalde regel.

Voorbeelden:
Zo pas je het toe:
  1. Selecteer het bereik

  2. Ga naar Start > Voorwaardelijke opmaak

  3. Kies een regeltype, zoals:

    • Cellen opmaken op basis van hun waarde

    • Boven/onder gemiddeld

    • Databalken, kleurenschaal, pictogrammen

💡 Je kunt meerdere regels combineren of eigen regels aanmaken.

Praktijk: een tabel ordenen en opmaken

Stel je hebt deze gegevens:

A B C D
Product Categorie Prijs Voorraad
Pen Kantoor € 1,25 50
Notitieblok Kantoor € 2,99 20
Liniaal School € 1,75 10
Gummen School € 0,85 0

Wat kun je doen?

Gegevens ordenen en opmaken

Oefeningen

Oefening 1: Tabel opmaken

  1. Maak een tabel met kolommen: Naam, Afdeling, Score.

  2. Vul 5 rijen met fictieve gegevens.

  3. Zet de kopteksten vet met een blauwe achtergrond.

  4. Zet randen rond de hele tabel.

Oefening 2: Sorteren en filteren

  1. Sorteer de gegevens op score, van hoog naar laag.

  2. Voeg een filter toe.

  3. Toon alleen medewerkers van de afdeling “HR”.

Oefening 3: Voorwaardelijke opmaak

  1. Selecteer de kolom “Score”.

  2. Pas opmaak toe:

    • Groen als score ≥ 8

    • Oranje als score tussen 6 en 7,9

    • Rood als score < 6

Gegevens ordenen en opmaken

Sneltoetsen

Handige sneltoetsen uit dit hoofdstuk

Actie Sneltoets
Alles selecteren Ctrl + A
Tabel maken Ctrl + T
Sorteren op geselecteerde kolom Alt > D > S (oudere versies)
Filter activeren/deactiveren Ctrl + Shift + L
Opmaak kopiëren Ctrl + Shift + C (nieuwere versies)

Grafieken maken

Grafieken maken

Uitleg

Waarom grafieken gebruiken?

Een grafiek helpt om gegevens visueel weer te geven, waardoor je trends, verhoudingen en patronen makkelijker kunt herkennen. In plaats van rijen getallen zie je in één oogopslag wat de data betekenen.

Toepassingen:

📌 In Excel zijn grafieken altijd gekoppeld aan gegevens: als je de gegevens aanpast, verandert de grafiek automatisch mee.

Soorten grafieken in Excel

Grafiektype Gebruik bij…
Kolomgrafiek Vergelijkingen tussen categorieën (bijv. omzet per filiaal)
Lijngrafiek Weergave van ontwikkelingen over tijd
Cirkeldiagram Verhouding tussen delen van een geheel
Staafdiagram (balk) Horizontale variant van kolommen, handig voor langere labels
Vlakgrafiek Cumulatieve trends over tijd
Combigrafiek Twee soorten grafieken in één (bijv. omzet en winst)

💡 Tip: Kies de grafiek die het verhaal van je gegevens het best vertelt.

Een grafiek maken: stap voor stap

Stel je hebt deze gegevens:

image.png

Zo maak je een grafiek:
  1. Selecteer de gegevens (bijv. A1:B5)

  2. Ga naar het tabblad Invoegen

  3. Kies een grafiektype (bijv. Kolom > 2D-kolom)

  4. Excel plaatst de grafiek direct in je werkblad

image.png

De grafiek blijft gekoppeld aan je data. Als je "Apr" verandert in "Mei", wordt dit automatisch aangepast in de grafiek.

Grafiekonderdelen bewerken

Een grafiek in Excel bestaat uit meerdere onderdelen:

Onderdeel Functie
Grafiektitel De titel boven de grafiek
Legenda Toelichting op kleuren of lijnen
Horizontale as (X-as) Categorieën (bijv. maanden)
Verticale as (Y-as) Waarden (bijv. verkoopcijfers)
Gegevensreeks De balken, lijnen of punten zelf
Zo bewerk je:

Grafiekstijlen en opmaak

In het tabblad Grafiekontwerp (verschijnt als je de grafiek selecteert) kun je:

🎨 Gebruik een rustige, consistente stijl bij het presenteren. Vermijd felle kleuren en 3D-effecten tenzij functioneel.

Grafieken combineren of geavanceerd gebruiken (basis)

Soms wil je twee verschillende gegevensreeksen combineren in één grafiek.

Voorbeeld: omzet en marge per maand
  1. Selecteer de gegevens (bijv. A1:C5)

  2. Ga naar Invoegen > Combigrafiek

  3. Kies een combinatie (bijv. kolom + lijn)

  4. Zet eventueel een reeks op een secundaire as (rechterzijde)

Dit is handig als de ene waarde veel groter is dan de andere.

Grafiek kopiëren naar andere programma’s

Grafieken zijn perfect voor rapportages en presentaties.

Zo kopieer je een grafiek:
  1. Klik op de grafiek

  2. Druk op Ctrl + C

  3. Ga naar Word of PowerPoint en druk op Ctrl + V

Je kunt ervoor kiezen om:

Grafieken maken

Oefeningen

Oefening 1: Kolomgrafiek maken

  1. Typ deze gegevens in Excel:

Product Aantal
Pen 120
Gum 80
Map 150
Liniaal 100
  1. Selecteer de gegevens en voeg een 2D-kolomgrafiek in

  2. Voeg een grafiektitel toe: “Productverkoop”

  3. Toon de gegevenslabels boven elke balk

Oefening 2: Lijngrafiek voor tijdreeksen

  1. Typ de volgende maandelijkse bezoekersaantallen:

Maand Bezoekers
Jan 520
Feb 610
Mrt 475
Apr 700
  1. Maak een lijngrafiek

  2. Pas de lijnkleur aan

  3. Voeg gegevenslabels en een legenda toe

Oefening 3: Cirkeldiagram met percentages

  1. Maak een lijst van kostenposten:

Categorie Bedrag
Huur 550
Boodschappen 250
Vervoer 100
Overig 100
  1. Maak een cirkeldiagram

  2. Toon percentages in de grafiek

  3. Pas een visuele stijl naar keuze toe

Grafieken maken

Sneltoetsen

Handige sneltoetsen uit dit hoofdstuk

Actie Sneltoets
Grafiek invoegen (Auto) Alt + F1 (op basis van huidige selectie)
Grafiekvenster invoegen F11
Kopiëren Ctrl + C
Plakken Ctrl + V
Grafiek selecteren/verplaatsen Klik en slepen met muis

Handige functies en afdrukinstellingen

Handige functies en afdrukinstellingen

Uitleg

Slimmer werken met sneltoetsen en functies

Excel biedt vele hulpmiddelen om je werk sneller te doen. Hier zijn enkele praktische functies die je meteen kunt toepassen.

Veelgebruikte sneltoetsen
Sneltoets Actie
Ctrl + Z Ongedaan maken
Ctrl + Y Opnieuw uitvoeren
Ctrl + P Afdrukvoorbeeld openen
Ctrl + Page Up/Down Tussen werkbladen wisselen
Ctrl + Shift + + Rij/kolom invoegen
Ctrl + - Rij/kolom verwijderen
Ctrl + ; Huidige datum invoegen
Ctrl + Shift + $ Getalnotatie als valuta toepassen

📌 Tip: Gebruik de Opmaak kopiëren/plakken-knop (penseel-icoon) om de stijl van één cel op anderen toe te passen.

Kolommen of rijen bevriezen

Als je een lange lijst hebt, wil je vaak de koprij bovenaan blijven zien tijdens het scrollen.

🧊 Kolommen of rijen “bevriezen”:
  1. Selecteer de cel onder de rij en rechts van de kolom die je wilt vastzetten
    – Bijvoorbeeld: klik op cel B2 om rij 1 én kolom A te bevriezen

  2. Ga naar Beeld > Bevriezen > Bevriezen vensters

Alternatieven:

❄️ Bevriezing opheffen:

Ga naar Beeld > Bevriezen > Bevriezing opheffen

Werkblad beveiligen

Als je een Excel-bestand deelt, wil je soms voorkomen dat anderen gegevens per ongeluk wijzigen.

🔒 Zo beveilig je een werkblad:
  1. Ga naar Controleren > Blad beveiligen

  2. Vink aan wat gebruikers wél mogen doen (bijv. rijen selecteren)

  3. Stel eventueel een wachtwoord in (optioneel)

  4. Klik op OK

⚠️ Let op: Wachtwoord vergeten = toegang tot vergrendelde cellen kwijt!

🔓 Vergrendeling opheffen:

Ga opnieuw naar Controleren > Beveiliging opheffen en voer eventueel het wachtwoord in.

📌 Je kunt cellen ontgrendelen voordat je het blad beveiligt:

Werkbladen en werkmappen organiseren

Als je met meerdere bladen werkt:

Pagina-instellingen en afdrukvoorbeeld

Voordat je iets print, is het slim om het document op te maken voor afdruk.

📄 Afdrukinstellingen openen:
  1. Druk op Ctrl + P

  2. Of: Bestand > Afdrukken

🖨️ Wat je kunt instellen:
📐 Belangrijke printinstellingen:

Excel exporteren als PDF

Om een bestand eenvoudig te delen of te printen:

📤 Zo exporteer je naar PDF:
  1. Ga naar Bestand > Opslaan als

  2. Kies locatie en bestandstype: PDF

  3. Klik op Opties om alleen geselecteerde bladen of het afdrukbereik te exporteren

Of:

Handige functies en afdrukinstellingen

Oefeningen

Oefening 1: Rijen bevriezen

  1. Open een werkblad met 30 of meer rijen

  2. Zorg dat de bovenste rij zichtbaar blijft bij het scrollen

  3. Probeer daarna de bevriezing op te heffen

Oefening 2: Werkblad beveiligen

  1. Maak een eenvoudige tabel met namen en cijfers

  2. Ontgrendel de kolom “Cijfer” zodat deze bewerkbaar blijft

  3. Beveilig het blad met een wachtwoord

  4. Test of alleen kolom “Cijfer” nog aanpasbaar is

Oefening 3: Printweergave instellen

  1. Open een bestaande tabel van meerdere kolommen en rijen

  2. Stel in dat alleen kolom A t/m D worden afgedrukt

  3. Zorg dat de tabel past op 1 pagina breed

  4. Sla het bestand op als PDF