Skip to main content

Werken met Strings

Doelstellingen

  • Begrijpen hoe je strings kunt concateneren en herhalen.
  • Toegang krijgen tot individuele karakters in een string.
  • Veelgebruikte stringmethoden leren gebruiken.

Inhoud

Strings combineren en herhalen

  • Concatenatie (+): Samenvoegen van strings.
    voornaam = "Jan"
    achternaam = "Jansen"
    volledige_naam = voornaam + " " + achternaam
    
  • Herhaling (*): Herhalen van een string.
    lachen = "ha" * 3  # "hahaha"

Indexering en slicing

  • Indexering: Toegang tot individuele karakters.
    woord = "Python"
    eerste_letter = woord[0]   # 'P'
    laatste_letter = woord[-1] # 'n'
  • Slicing: Een deel van de string ophalen.
    deel = woord[1:4]  # 'yth'

Veelgebruikte stringmethoden

  • len(woord): Geeft de lengte van de string.
  • woord.lower(): Zet alle letters om in kleine letters.
  • woord.upper(): Zet alle letters om in hoofdletters.
  • woord.replace("oud", "nieuw"): Vervangt tekst.

Activiteiten

  • Oefening:

    • Vraag de gebruiker om een zin in te voeren.
    • Toon het aantal karakters in de zin.
    • Verander alle letters in hoofdletters en toon het resultaat.
    • Vervang alle spaties door streepjes.
  • Palindrome Checker:

    • Schrijf een programma dat controleert of een woord een palindrome is (vooruit en achteruit gelezen hetzelfde).

Tips

  • Strings zijn immutable; je kunt ze niet direct wijzigen, maar wel nieuwe strings creĆ«ren op basis van bestaande.
  • Experimenteer met verschillende stringmethoden om te zien wat ze doen.